• Door deze veranderingen verdwijnen oude beroepen en ontstaan er nieuwe. Daarom wil DENK betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Dit vraagt om experimenteer- en innovatieruimte voor leraren en scholen met nieuwe opleidingen en methoden.
  • DENK wil daarom maatregelen nemen om iedereen in het onderwijs gelijke kansen te bieden. Kinderen die zicht hebben op een hoger schooladvies, moeten de kans krijgen om zich ook op een hoger niveau te bewijzen. Jongeren die geen stageplek kunnen vinden, krijgen een stagegarantie. En het leenstelsel verdwijnt, omdat het van studeren een privilege maakt.
  • Niet het ideale traject van de ‘gemiddelde leerling’, maar de ontwikkeling van een kind in groepsverband moet weer centraal staan. Daarom is het van belang dat kinderen van verschillende niveaus samen met elkaar leren in brede scholen en brede (brug-)klassen.
  • Uit tienpuntenplan:
    1. Stagegarantie voor studenten. Vóór een gesanctioneerde verplichting van scholen en de overheid om stageplaatsen te vinden voor studenten. Vóór een quotumregeling voor stageplaatsen bij bedrijven met meer dan 25 werknemers
    3. Betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.Vóór een verplichte jaarlijkse praktijkstage voor mbo-docenten zodat zij contact houden met de praktijk. Vóór het verantwoord uitbreiden van de experimenteerruimte voor het starten van nieuwe beroepsopleidingen. Vóór een plek voor 21ste eeuwse vaardigheden, zoals programmeren, op de basisschool
    4. Toegankelijk onderwijs voor iedereen. Vóór het afschaffen van het sociaal leenstelsel en het invoeren van een inkomensafhankelijke basisbeurs
    6. Gelijke kansen voor iedereen. Vóór het automatisch omhoog bijstellen van een schooladvies als de eindtoets hoger uitvalt. Vóór meer brede brugklassen, brede scholen en het beperken van onomkeerbare vroege selectiemomenten
    10. Verbeteren van de aansluiting tussen onderwijsvormen. Vóór het stimuleren van betere uitwisseling van leerling informatie tussen regionale onderwijsinstellingen


Bekijk hier het volledige partijprogramma van DENK

 

  • De overheid moet voorkomen dat een onderklasse in het beroepsonderwijs ontstaat. De startkwalificatie mag bijvoorbeeld geen belemmering vormen voor leerlingen die vanuit het VMBO direct een baan willen zoeken. Zij krijgen de mogelijkheid om zich verder voor een beroep te bekwamen in een traject van werkend leren.
  • Het aantal leerwegen en niveaus binnen het VMBO en het MBO wordt verminderd. In hun aanbod moet het gaan om twee hoofdrichtingen: het accent ligt op vakmanschap en directe beroepsvoorbereiding, dan wel op algemene vorming en doorstroom naar vervolgonderwijs.
  • De uitval van leerlingen tussen het VMBO en het MBO moet worden tegengegaan door leerlingen te verplichten om zich vroegtijdig aan te melden bij de vervolgopleiding.
  • Een voldoende voor het vak Engels moet in het MBO gekoppeld zijn aan de doorstroom naar het hoger beroepsonderwijs.
  • De toeleiding van leerlingen uit HAVO en VWO naar de meest passende plek in het hoger onderwijs wordt bevorderd door aanscherping van het karakter van HAVO en VWO.
  • Om te voorkomen dat studenten wegens financiële redenen niet gaan studeren, is een aanvullende beurs beschikbaar. Deze beurs ondersteunt nu vooral lage inkomen. Om ook 57 middeninkomens beter te ondersteunen wordt het budget voor de aanvullende beurs verhoogd.
  • Doorstroom van de bachelor naar de master moet geen automatisme zijn, maar een bewuste studiekeuze. De overheid moet eraan werken dat een bachelordiploma serieuzer genomen wordt.


Bekijk hier het volledige verkiezingsprogramma van SGP

 

 

  • De ambachtsschool en de mavo moeten in ere hersteld worden.
  • Het onderwijs moet aansluiten op de snelle ontwikkelingen in de maatschappij.
  • De toegankelijkheid van het hoger onderwijs moet gewaarborgd blijven.
  • 50PLUS is tegen het sociaal leenstelsel.
  • 50PLUS ziet voor- en nadelen van bijzonder onderwijs en wil hier graag een publiek debat over.
  • 50PLUS is geen voorstander van het ‘passend onderwijs’.
  • Het mbo moet zich meer gaan richten op het onderwijs aan volwassenen.
  • De maximale leeftijdgrens in het volwassenenonderwijs wordt geheel losgelaten.
  • Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) moet overdag en ‘s avonds beschikbaar zijn.


Bekijk hier het volledige partijprogramma van 50Plus

 

 

  • Duizenden kinderen zitten thuis en raken in een isolement doordat is bezuinigd op passend onderwijs. We moeten veel meer investeren in aangepaste lesprogramma’s, zodat geen kind tussen wal en het schip valt. Ook programma’s en speciaal onderwijs voor hoogbegaafde kinderen worden ondersteund.
  • Het leenstelsel wordt afgeschaft en de basisbeurs keert terug. De OV-kaart voor studenten wordt niet omgezet in een lening en blijft geldig zolang de student studiefinanciering geniet. Het collegegeld wordt flink verlaagd.
  • De instroom van mbo-studenten naar hoger onderwijs wordt verbeterd door nauwere samenwerking tussen hbo en mbo.


Bekijk hier het volledige verkiezingsprogramma van Partij voor de Dieren

 

 

  • Inclusief en passend onderwijs. Ieder kind heeft het recht om mee te doen. Er komt meer ruimte voor maatwerk voor kinderen met een beperking of chronische ziekte, bijvoorbeeld om lestijden aan te passen. Speciaal onderwijs blijft nodig. Budgetten en regelingen in onderwijs en zorg worden eenvoudiger, bijvoorbeeld voor leerlingen met een (ernstige) meervoudige beperking. Zorgbudget direct via scholen. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor een passende plek voor iedere leerling. Daarom worden de zorgbudgetten directer ingezet op school. Geen financiële verevening binnen passend onderwijs van de regio naar de Randstad.
  • Uitval voorkomen. Een goede begeleiding van de overgang naar een volgende school, omdat het risicomomenten zijn voor schooluitval en leerproblemen.
  • Praktijkonderwijs blijft een afzonderlijke en volwaardige schoolsoort. Er komt meer samenwerking en uitwisseling met het MBO. Via deelcertificaten krijgen leerlingen zonder startkwalificatie een erkenning voor opgedane vaardigheden. Docenten worden ingezet als jobcoach en stagebegeleider, zodat jongeren een kans op de arbeidsmarkt krijgen.
  • Perverse bekostigingsprikkels in het MBO worden geschrapt, zoals de prestatiebekostiging. Er komt intensievere begeleiding van studenten met achterstanden en een hoge kans op voortijdig schoolverlaten. Door middel van een ‘stagepact’ worden samen met werkgevers de stagemogelijkheden voor MBO-studenten uitgebreid.
  • Minder scheiding tussen cognitieve en praktische vaardigheden in het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs. Er komen meer mogelijkheden voor uitwisseling van docenten en leerlingen tussen schoolsoorten, zodat bijvoorbeeld een havist als aanvulling op zijn vakkenpakket ook een praktisch vak uit het beroepsonderwijs kan volgen.
  • Basisbeurs voor studenten. Het leenstelsel wordt weer vervangen door een basisbeurs. Het leenstelsel heeft geleid tot een te hoge financiële drempel tot hoger onderwijs. Het is bovendien onwenselijk dat jonge mensen na hun studie met een stapeling van schulden de arbeidsmarkt en woningmarkt betreden. Het rentevoordeel op studieleningen wordt verlaagd. De investeringen in het hoger onderwijs die voortkwamen uit de introductie van het leenstelsel, worden niet teruggedraaid. Minder studieschuld in ruil voor maatschappelijke dienstplicht. Een bijdrage aan de samenleving tijdens of na je studie wordt beloond met een verlaging van je studieschuld. De OV-kaart blijft behouden. Het extra jaar bovenop de nominale opleidingsduur wordt geschrapt.


Bekijk het volledige verkiezingsprogramma van de ChristenUnie

 

 

  • We willen een studiebeurs voor alle studenten. Jongeren uit gezinnen met een lager inkomen krijgen daar bovenop een verhoogde aanvullende beurs. Hiermee wordt voor deze jongeren een financiële drempel weggenomen om te gaan studeren. We stoppen met de ‘selectie aan de poort’, zo voorkomen we dat jongeren die wat meer tijd nodig hebben om zichzelf te ontwikkelen buiten de boot vallen.
  • Leerlingen krijgen meer mogelijkheden om onderwijs te ‘stapelen’, bijvoorbeeld om via het vmbo naar de havo te gaan of van het mbo naar het hbo. Daardoor krijgen leerlingen met een achterstand meer kansen. Om een te vroege selectie van kinderen te beperken, stimuleren we de vorming van brede brugklassen in het voortgezet onderwijs. In de onderbouw van het voortgezet onderwijs willen we bovendien de klassen kleiner maken.
  • Jongeren die geen startkwalificatie kunnen halen krijgen een arbeidsmarktkwalificatie, die duidelijk maakt wat hun vaardigheden zijn. We voeren meer vakscholen in, bijvoorbeeld door vmbo en mbo samen te voegen. Op die vakscholen kunnen ook startkwalificaties worden behaald.
  • Passend onderwijs is nu teveel knellend onderwijs. Het speciaal onderwijs blijft gegarandeerd voor leerlingen met een (ernstige) beperking, gedragsproblemen of zeer lage intelligentie. We investeren in specifieke leerprogramma’s met kleine klassen en voldoende ondersteuning. Speciale programma’s voor hoogbegaafden worden beschermd.

Bekijk hier het volledige verkiezingsprogramma van de SP

 

 

  • Doorstromen, stapelen en op latere leeftijd terugkeren naar het onderwijs moeten eenvoudig zijn en gestimuleerd worden. We willen weer brede en meerjarige brugklassen creëren, bij voorkeur ook in vmbo/havo combinaties. En met gemeenten samen zorgen we voor zomerscholen. Aanmeldingsprocedures moeten eenvoudig, toegankelijk en transparant zijn. Daarnaast wil D66 experimenteren met driejarige brugklassen. We halen prikkels voor selectie aan de poort weg voor middelbare scholen die willen voorkomen dat leerlingen van vwo naar havo gaan of van havo naar vmbo.
  • Bij dit meer gepersonaliseerde onderwijs hoort ook het volgen en examineren van vakken op meerdere niveaus. Dit willen we mogelijk maken via een zogenaamd maatwerkdiploma. Meisjes en kinderen met een niet-westerse achtergrond worden actief gestimuleerd ook exacte en technische vakken en opleidingen te kiezen en beroepskeuzebegeleiding moet op talent gebaseerd zijn.
  • Daarnaast willen we investeren in opleidings- en beroepskeuze, omdat nog steeds te veel (en met name niet-westerse) kinderen kiezen voor een opleiding met beperkte arbeidsmarktkansen.
  • Wij zijn ervan overtuigd dat toptalent alleen maar belangrijker wordt voor het economisch en maatschappelijk succes van Nederland in een globaliserende wereld. Daarom wil D66 dat specifieke programma's, zoals plusklassen en honoursprogramma's, ruimschoots beschikbaar en toegankelijk zijn.
  • Elk kind heeft recht op onderwijs op zijn of haar eigen niveau, binnen de eigen mogelijkheden. Of leerlingen nu achterblijven of juist hoogbegaafd zijn, of achterblijven omdát ze hoogbegaafd zijn: D66 wil hun leerrecht wettelijk verankeren. Voor kinderen die extra zorg nodig hebben, zijn extra budgetten beschikbaar. D66 wil het toekennen van deze budgetten eenvoudiger maken. Een aanvraag door school en ouder moet in principe voldoen. Passend onderwijs moet ook voorzien in specifieke behoeften van leerlingen met beperkingen. In sommige gevallen is en blijft speciaal onderwijs door vakspecialisten noodzakelijk. Zo kan op initiatief van D66 het Doveninternaat in Haren blijven bestaan en worden de zestig kinderen die hier les hebben niet verdeeld over andere scholen in het land. Thuiszitten is nooit een acceptabel alternatief. De recente invoering van passend onderwijs verplicht schoolbesturen om samen te werken in het aanpassen van het onderwijs aan de  onderwijsbehoefte van de leerling. Zo kunnen meer leerlingen in het regulier onderwijs blijven en wordt schoolverzuim tegengegaan. De ontstane samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs zullen de komende jaren hard moeten werken om het aantal thuiszitters terug te dringen. Extra aandacht is nodig voor het vergroten van de betrokkenheid van de ouders en het beperken van de administratieve belasting van ouders en leraren.
  • Een eerste stap is het terugdringen van de grote fragmentatie en de overdaad aan richtingen. D66 wil een beperkt aantal herkenbare en brede studierichtingen die doorstroming vanuit vmbo en havo eenvoudiger maken, die aansluiten bij de arbeidsmarkt en die internationale uitwisseling en stages stimuleren. Doorlopende leerlijnen bevorderen de aansluiting tussen vmbo en mbo en hbo. We 228 maken het eenvoudiger voor jonge mensen om te blijven leren, door het gebruik van Associate 229 Degrees, Meestertitels en zogenaamde meesterschap-in-vakmanschaptrajecten die ook in 230 deeltijd kunnen worden gevolgd. Werkgevers worden in het opleidingstraject betrokken.
  • Sluipenderwijs is de selectie aan de poort bij het hoger onderwijs toegenomen. Geschat wordt dat ongeveer een derde van de wo-studenten en een tiende van de hbo-studenten in hun studie is beland na een succesvol verlopen selectie. Wanneer selectie verder gaat dan het uitfilteren van mensen met lage cijfers, maar er echt gekeken wordt naar motivatie en talent, kan selectie helpen bij het optimaal inzetten van schaarse onderwijsmiddelen. Maar er is een reëel risico dat instellingen kiezen voor ‘minder riskante’ studenten, waardoor bijvoorbeeld jongeren met een niet-Nederlandse achtergrond de kans lopen buiten de boot te vallen. D66 wil dat deze effecten heel expliciet in kaart worden gebracht en als onderdeel van de jaarplannen worden gedeeld. We hebben liever geen selectie, dan selectie die – onbedoeld – geschikt talent van een kans  berooft.
  • Voor nieuwkomers, onder wie asielzoekers, moeten vanaf het moment van aankomst tweejarige internationale schakelklassen beschikbaar zijn. Voor nieuwkomers die ouder zijn dan zestien moeten passende trajecten beschikbaar komen en willen we betere en snellere diplomaerkenning, met desnoods bijscholingstrajecten op maat.
  • D66 wil dat ons onderwijs mee ontwikkelt en internationaler wordt. Dat vraagt allereerst om ruimte voor tweetalig onderwijs op alle niveaus. D66 wil eindexamens in het Engels voor zoveel mogelijk vakken op de middelbare school rechtsgeldig maken. D66 is ook voorstander van het uitbreiden van het Engelstalig hoger onderwijs. Hoger onderwijs in het Engels is een verrijking voor de student en maakt het eenvoudiger om buitenlandse studenten en docenten aan te trekken en gebruik te maken van internationaal lesmateriaal en online lessen. Voorwaarde is wel dat het onderwijs dan ook plaatsvindt in Engels van hoog niveau. Ook in het beroepsonderwijs wil D66 meer aanbod van andere (vak)talen. Voor al het voortgezet- en vervolgonderwijs moet internationale uitwisseling van leerlingen en studenten en deelname aan programma’s zoals het Erasmus-programma bevorderd worden.

 

Bekijk hier het volledige verkiezingspogramma 2017-2021 van D66

 

 

  • Wij willen dat basisscholen alle leerlingen gecombineerde schooladviezen geven in één van de volgende drie stromen:
    - Voorbereidend hoger onderwijs (havo, atheneum en gymnasium),
    - Voorbereidend beroepsonderwijs (de hogere vmbo niveaus en havo)
    - Voorbereidend vakonderwijs (de lagere vmbo niveaus)
    Onderwijsinstellingen organiseren hun opleidingen in brede brugklassen overeenkomstig bovenstaande stromen. Via de bekostigingsvoorwaarden wordt hierop gestuurd. Dat betekent dat op zijn minst één van deze stromen door een VO-school wordt aangeboden. Na drie jaar vindt selectie plaats voor de uiteindelijke opleiding waarvoor de leerling zich wil diplomeren.
  • Wij willen de hogere vmbo niveaus verlengen tot vijf jaar, net zoals havo, zodat er ook voor deze leerlingen meer tijd is om zich te vormen tot zelfstandige jongvolwassenen.
  • Wij willen dat kinderen met beperkingen zoveel mogelijk meedoen in het reguliere onderwijs. Dat is goed voor het kind. Het vergt wel een extra investering in goede begeleiding. Voor kinderen die niet gedijen in het reguliere onderwijs blijft het speciaal onderwijs en praktijkonderwijs goed toegankelijk.
  • Wij willen het maatwerkdiploma invoeren, zodat kinderen per vak op een zo hoog mogelijk niveau eindexamen kunnen doen. Dat voorkomt dat het vak waarmee het kind de meest moeite heeft, bepaalt op welk niveau er eindexamen wordt gedaan. Het maatwerkdiploma moet zó worden vormgegeven, dat er geen twijfel kan ontstaan over de waarde van het diploma en het niet bijdraagt aan meer selectie aan de poort van het vervolgonderwijs.
  • Wij willen mbo-instellingen met veel leerlingen uit achterstandsituaties gericht extra geld geven om deze leerlingen naar het diploma te tillen dat voor hen haalbaar is. Voor veel studenten, maar ook voor het bedrijfsleven, is de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) belangrijk. Wij willen met gerichte (loonkosten)subsidies deelname aan de BBL bevorderen.
  • Wij willen de effecten van het studievoorschot monitoren en zo nodig bijstellen. Wij letten daarbij met name op de positie van kinderen uit armere gezinnen en de doorstroom van mbo naar hbo. Studenten met een beperking krijgen extra compensatie bij onvermijdbare studievertraging.
  • Wij willen extra investeren in de doorstroom van mbo naar hbo, via bijvoorbeeld zomerscholen. Met name in het hbo gaan we met extra begeleiding uitval van studenten tegen. Wij willen dat scholen en onderwijsinstellingen de aansluiting tussen opleidingen optimaliseren, door samenwerking van het mbo en het hbo enerzijds en het hbo en het wetenschappelijk onderwijs anderzijds. Leerlingen krijgen het recht op stapeling van opleidingen in het gehele onderwijs.

 

Bekijk hier het volledige verkiezingspogramma 2017-2021 van PvdA

 

  • Voor een deel van de kinderen ligt het keuzemoment aan het eind van de basisschool te vroeg. Daarom willen wij binnen de huidige scholengemeenschappen brede en meerjarige brugklassen stimuleren zodat laatbloeiers ook de kans krijgen hun talenten te ontplooien. Daarnaast willen wij dat het stapelen van opleidingen weer mogelijk wordt voor die jongeren die pas later ontdekken waar ze goed in zijn. Schakelprogramma’s kunnen jongeren hierin ondersteunen.
  • Wij ondersteunen het kleinschalig beroepsonderwijs, herkenbaar voor studenten en goed aangesloten op de vraag van werkgevers in de eigen regio. De nieuwe kleinschalige MBO-vakcolleges  zijn daarvan een goed voorbeeld. Wij willen meer mogelijkheden om leerlingen in de beroepspraktijk  op te leiden en niet alleen scholieren, maar ook leraren de mogelijkheid bieden om stage te lopen in de beroepspraktijk. Wij willen dat ook het praktijkonderwijs wordt afgerond met een diploma, dat wordt herkend en erkend op de regionale arbeidsmarkt.
  • De overgang van het VMBO naar het MBO, en van het MBO naar het HBO verdient meer aandacht, omdat de overgang voor te veel jongeren nog te groot is. Een betere loopbaanoriëntatie en schakelprogramma’s kunnen voorkomen dat zij achterop raken of voortijdig uitvallen. Ook steunen wij de zogeheten doorlopende vakmanschapsroutes, waarbij de VMBO- en MBO-opleiding tot en met de startkwalificatie in een doorlopende leerroute worden vormgegeven.
  • Ten slotte kiezen we ervoor om de kwalificatieplicht te verhogen tot 21 jaar, met uitzondering van degenen die zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Op die manier verkleinen we de kans dat jongeren zonder diploma de school verlaten.
  • Omdat ieder kind recht heeft op onderwijs is het idee achter het passend onderwijs op zich goed; de praktijk is echter veel te bureaucratisch, te weinig gericht op preventie en daardoor niet effectief. Te veel kinderen zitten alsnog thuis in plaats van op school. Wij willen dat scholen meer mogelijkheden en middelen krijgen om maatwerk te bieden, zowel voor kinderen die meer zorg nodig hebben als voor kinderen die meer uitdaging nodig hebben. Het recht op onderwijs geldt ook voor kinderen van vluchtelingen. Het recht op onderwijs geldt ook voor kinderen van vluchtelingen. Momenteel krijgen basisscholen voor kinderen van vluchtelingen slechts één jaar extra bekostiging. Dat is te weinig omdat deze kinderen niet alleen de taal nog moeten leren, maar ook extra aandacht nodig hebben door wat ze hebben meegemaakt.
  • Wij vinden het onacceptabel om in het onderwijs drempels op te werpen, waardoor leerlingen van lager opgeleide ouders en jongeren met een beperking minder gaan studeren. Daarmee gaat het stelsel in tegen de grondgedachte van ons onderwijs: gelijke kansen voor iedereen die zijn talenten wil benutten. Wij willen daarom het huidige leenstelsel terugdraaien en de basisbeurs voor de bachelorfase opnieuw invoeren. De kwaliteitsimpuls in het hoger onderwijs, die betaald werd met het afschaffen van de basisbeurs, blijft behouden. De OV-studentenkaart wordt vervangen door een tegemoetkoming in de reiskosten.

 

Bekijk hier het volledige verkiezingspogramma 2017-2021 van CDA

 

Meer artikelen...