Help! Mijn leerling komt uit de kast!

Peter de Ruiter1 StNicolaas Lyceum webformaatMaak seksuele diversiteit bespreekbaar

Door: Pim Wijers
Foto: Peter de Ruiter

Lesbische, Homoseksuele, Biseksuele en Transgender (LHBT) leerlingen: zitten ze bij u op school? Ja. Hoe ondersteunt uw school leerlingen die worstelen met hun genderidentiteit? Wat kan een zorgcoördinator doen als leerlingen uit de kast komen? Over deze kwesties spreekt Bij de Les Jouke Verboom-van Buuren, projectleider bij COC Nederland. Conclusie: maak het onderwerp bespreekbaar op school.

Hoe verloopt het proces van een doorsnee leerling die uit de kast komt?

Zo’n kind zit gemiddeld eerst twee jaar in de kast. Daarmee bedoelen we dat het zijn of haar gevoelens met niemand gedeeld heeft, gerekend vanaf het moment dat hij of zij het vermoeden heeft homo, lesbisch of bi te zijn. Die periode is natuurlijk veel te lang. Het zijn twee jaren in het toch al korte leven van een kind, dat waarschijnlijk ook nog eens in de puberteit zit. Na twee jaar vertellen ze het pas aan een ouder, een vriend of vriendin, of aan een docent of mentor.

En wat gebeurt er op school nadat een leerling uit de kast komt?

Uit recent onderzoek blijkt dat 51% van de LHBT-jongeren die op school uit de kast is gekomen, het afgelopen jaar te maken heeft gehad met pesterijen die aan hun geaardheid zijn gerelateerd. Uitgescholden worden met het woord ‘homo’ is voor jongeren natuurlijk best heftig. Meestal wordt het als generiek scheldwoord gebruikt, maar voor jongeren die met hun geaardheid worstelen is het een bevestiging van dat ze anders zijn. Als docenten hier dan ook nog eens immuun voor zijn en er niet op reageren, is het scheldwoord extra beladen. Om er nog maar een statistiek tegen aan te gooien: LHBT-leerlingen denken vijf keer vaker dan gemiddeld over zelfmoord na.

‘In elke klas zitten zo’n twee leerlingen die lesbisch, homo of bi zijn’

Dat zijn heftige cijfers. Dan wordt er vanuit school dus actie ondernomen?

We horen dat leerlingen juist het gevoel hebben dat er op hun school niets mee wordt gedaan, en daarom blijven ze langer in de kast dan ze zouden willen. Het is een vicieuze cirkel, want docenten of zorgcoördinatoren zeggen juist weinig of niets met het onderwerp te doen omdat ze in de veronderstelling zijn dat er geen of weinig LHBT-leerlingen op hun school zitten. Snap je hoe een leerling dan in een schemerzone terecht kan komen? Daarom zijn we bijvoorbeeld Gay Straight Alliances gestart.

Gay Straight Alliances? Wat houden die in?

Gay Straight Alliances (GSA’s) zijn actieclubjes van LHBT- én heteroleerlingen die hun school veiliger willen maken voor iedereen. Ze voeren campagne, onder andere door het houden van zichtbaarheidsacties. Een voorbeeld daarvan is de Paarse Vrijdag, een dag waarop leerlingen worden aangemoedigd om in paarse kleding naar school te komen, om zo een open en tolerant klimaat te stimuleren. Daarnaast bieden GSA’s support voor LHTB-jongeren en geven ze voorlichtingen op school. Dat gebeurt zelfsturend. Vanuit het COC ondersteunen we en begeleiden we waar nodig. Momenteel zijn er zo’n vijfhonderd GSA’s actief op hun middelbare school of mbo.

Werpen GSA’s hun vruchten af?

Tijdens voorlichtingen wil er nog wel eens iemand uit de kast komen, maar vooral de Paarse Vrijdagen zijn effectief. Een LHBT-leerling ziet zich enorm gesteund op zo’n dag, als veel mensen daadwerkelijk in het paars op school komen. Het is tof om tijdens een follow-up te horen dat kinderen daarom uit de kast zijn gekomen. Daarnaast heeft de Erkenningscommissie Interventies van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – red.) de GSA’s erkend als ‘goed onderbouwd’.

Een LHBT-leerling klopt aan bij COC Nederland omdat deze op school niet uit de kast durft te komen. Wat doen jullie dan?

Vaak krijgen we zulke meldingen omdat de leerling bang is dat de school onverschillig of zelfs negatief tegenover hun kwestie staat. Wij zullen dan een bemiddelende rol spelen, door het verhaal van de leerling naar de schoolleiding of zorgcoördinator te communiceren. De leerling kan indien gewenst anoniem blijven. Soms komt het voor dat de leerling al met een zorgcoördinator of mentor heeft gesproken, maar dat hij of zij dan niet tevreden is met de ondersteuning.

Krijgen zorgcoördinatoren vaak te horen dat hun hulp niet aan de wensen van de leerling voldoet?

Veel leerlingen gaan er van uit dat een zorgcoördinator ze niet wil helpen, of dat hun probleem niet belangrijk genoeg voor ze is. Ze denken bijvoorbeeld dat ze de enige zijn op school. Dat is statistisch gezien onmogelijk: in elke klas zitten zo’n twee leerlingen die homo, lesbisch of biseksueel zijn. Toch is het heel uniek dat iemand op school vanuit een overtuiging of houding zegt: ‘We doen niets met dit onderwerp; we vinden het niet belangrijk.’ Negen van de tien keer is er simpelweg onvoldoende kennis om het onderwerp bespreekbaar te maken of om ondersteuning te bieden. Nadat we wederhoor hebben toegepast op school krijgt zo’n leerling meestal ook door dat er wel sprake is van goodwill en dat de voor hun gevoel gebrekkige hulpverlening niets te maken heeft met dat ze er niet mogen zijn, of dat ze niet belangrijk zijn.

‘Het is tof om te horen dat kinderen uit de kast zijn gekomen’

Hoeveel moet er nog gebeuren, in een tolerant land als Nederland?

Sinds 1 december 2012 is voorlichting over seksuele diversiteit verplicht geworden. Dat is een breed concept, maar het werkt ook als stok achter de deur. Het is in Nederland, zeker in vergelijking met veel landen in de wereld, in ieder geval gemakkelijker geworden. Ook de media dragen er aan bij, met programma’s zoals Uit de Kast en Hij is een Zij. Dat is voor veel mensen een eyeopener geweest voor de bespreekbaarheid van genderidentiteit. Maar ondanks dat zijn we er nog lang niet, bijvoorbeeld kijkende naar hoeveel LHBT-jongeren over zelfmoord nadenken.

Wat zeggen jullie tegen zorgcoördinatoren die bij jullie aankloppen met de vraag: er wil een leerling uit de kast komen. Wat nu?

Net als aan leerlingen vragen we hoe de school het onderwerp bespreekbaar maakt. Wordt er voorlichting gegeven? Weten mentoren hoe ze met het onderwerp moeten omgaan? Is er een structuur om ouders te ondersteunen als dat nodig is? Wat zijn de behoeftes van hun leerlingen? Seksuele diversiteit wordt namelijk nog wel eens over het hoofd gezien, ook in lespakketten over discriminatie. Schoolleiders zijn bovendien nog wel eens bang voor de reactie van ouders over voorlichting hierover.

Een Gay Straight Alliance opzetten

Leerlingen kunnen veel zelf. Zoals het op de kaart zetten van een GSA. Maar voor scholen waar leerlingen het voortouw niet nemen of durven nemen, is er door COC Nederland materiaal voor scholen opgesteld, met ondermeer een checklist voor het opzetten van zo’n alliantie. Daarvoor heeft het COC de website www.gaystraightalliance.nl opgezet. Hier vinden leerlingen en docenten informatie over het nut van een GSA en kan er een gratis informatiepakket worden opgevraagd. Dit informatiepakket komt op de website wel met een waarschuwing: ‘Door het lespakket te gebruiken bestaat een grote kans dat je toleranter wordt naar je medemens, misschien zelfs anderen gaat accepteren voor wie ze zijn.’

Alle informatie staat op gaystraightalliance.nl en codenamefuture.nl

Een GSA opzetten: stappenplan voor leerlingen

1. Laat de leerlingen een groepje vormen met wie ze gaan samenwerken.
2. Laat ze bepalen welke informatie ze gaan geven. Wat is de boodschap van hun actie?
3. Bepaal welke actie er gevoerd gaat worden (bijvoorbeeld een Paarse Vrijdag).
4. Bedenk welke middelen er voor deze actie nodig zijn.
5. Bedenk of er hulp nodig is van organisaties of andere mensen en hoe die benaderd gaan worden door de actiegroep.
6. Laat de groep bepalen wie welke activiteiten wanneer gaat ondernemen om het actieplan uit te voeren.
7. Het actieplan wordt uitgevoerd.
8. Laat de leerlingen evalueren.

Jong&Out

COC Nederland organiseert naast GSA’s ook een ontmoetingsmogelijkheid voor LHTB-jongeren tussen de twaalf en achttien jaar: Jong&Out. Dit project loopt via een website met een afgesloten gedeelte, waarop gelijkgestemde jongeren met elkaar in contact kunnen komen. Verder loopt Jong&Out via vijftien lokale COC’s in Nederland. Eens per maand organiseren deze regionaal georganiseerde subdivisies ontmoetingen voor en door jongeren, ondersteund door volwassen begeleiders. Dit zijn overigens geen praatsessies over geaardheid, maar er worden spelletjesmiddagen en andere laagdrempelige activiteiten georganiseerd. Uit onderzoek komt namelijk voort dat zo’n 85% van de LHBT-jongeren simpelweg het meeste behoefte heeft aan het ontmoeten van andere jongeren die zijn zoals zij zijn. Jong&Out is daarmee geen hulpverleningsgroep, maar een plek waar jongeren met elkaar in contact kunnen komen.
Meer info op www.jongenout.nl

Blijf op de hoogte

Blijf op de hoogte van nieuws en actualiteiten door middel van onze nieuwsbrief.

Contact

Bureau NVS-NVL

Mauritsstraat 100
3583 HW Utrecht
tel: 030-2543929
bureau[at]nvs-nvl.nl

Openingstijden bureau NVS-NVL 
Maandag t/m donderdag: 09.00 tot 16.45 uur. 

Neem contact met ons op

Bij de Les

Back to top