Staking passend onderwijs in ArenA
28 februari 2012
De stakingsbijeenkomst op dinsdag 6 maart tegen de bezuiniging op passend onderwijs vindt plaats in de Amsterdam ArenA. Vanuit de ArenA willen leraren en schoolleiders een massaal nee laten horen tegen de bezuinigingen en ontslagen in het passend onderwijs en een ja voor de kwaliteit van onderwijs voor alle kinderen. De actiebereidheid in het onderwijs is in hele land groot, al bijna duizend scholen sluiten op 6 maart hun deuren, op tenminste 1900 scholen wordt gestaakt.
Al sinds het bekendmaken van de bezuiniging in 2010 is er geen draagvlak voor deze maatregel bij leraren, ambulant begeleiders, schoolleiders, schoolbesturen in zowel het speciaal als regulier onderwijs en ouders. Er zijn alternatieven aangedragen, een petitie met 80.000 handtekeningen overhandigd aan de minister, een manifestatie met meer dan 10.000 demonstranten georganiseerd. De minister blijft vasthouden aan de bezuiniging. Daarom is de maat vol en staakt het onderwijs in het belang van goed onderwijs.
Maar: niet gaan werken, staken is ons niet allemaal op hetlijf geschreven. Want hoe moet het dan met onze school en leerlingen? Dus devraag dringt zich op:
Waarom staken? Wat hebben het VO en MBO met passendonderwijs te maken?
Nu is het zo dat alle onderwijssoorten in het funderend onderwijs worden geraakt door de bezuinigingvan 300 miljoen op passend onderwijs. De effecten zijn zeker het meest voelbaarin het speciaal onderwijs. Daar worden de klassen groter, wordt de ambulantebegeleiding meer dan gehalveerd en raken duizenden mensen hun baan kwijt. Metminder mensen moet er meer werk verzet worden.
Maar het effect zal ook zijn dat in eerste instantie meerzorgleerlingen moeten worden opgevangen in het reguliere basis- en voortgezet onderwijs, zonder ondersteuningvanuit het speciaal onderwijs. Het betekent voor iedereen een verhoging van dewerkdruk. Het MBO zal dat merken in een toestroom van zorgleerlingen vanuitvso, lwoo en praktijkonderwijs, terwijl daar een mager budget tegenover staat.
Daarom is het van groot belang dat we op dinsdag 6 met heelveel mensen zijn om de politiek te laten zien dat de huidige voorstellen veelte veel negatieve gevolgen hebben voor ons onderwijswerk. Dus sluit je aan enkom ook naar de Amsterdam Arena!
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
FvOv: Jilles Veenstra 06 39 80 29 15
Om wat dieper in te gaan op de problematiek per onderwijssector nog de volgende informatie:*
Allereerst meer informatie over de gevolgen voor het MBO:
ROC
Een ROC is een instelling die middelbare beroepsopleidingen verzorgt. Om te garanderen dat alle leerlingen onderwijs krijgen dat bij hen past, wordt per 1 augustus 2012 de zorgplicht ingevoerd voor schoolbesturen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Voor het mbo is nog niet duidelijk hoe de zorgplicht exact vorm krijgt.
Mogelijk wordt voor het mbo de zorgplicht gelijk gesteld aan de nu al geldende drempelloze Instroom. Mbo-instellingen zijn op grond van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte al verplicht voor iedere deelnemer met een beperking doeltreffende aanpassingen te verrichten, tenzij het een onevenredige belasting vormt voor de instelling. Als een jongere bij de intake voor een mbo-opleiding aangeeft dat hij extra begeleiding nodig heeft, bekijkt de instelling met de leerling en de ouders waaruit die begeleiding – binnen het geboden zorgaanbod – kan bestaan. De extra begeleiding wordt vastgelegd in een bijlage bij de onderwijsovereenkomst.
Budgettering in het mbo
De bekostiging van het mbo wordt gewijzigd. In de lumpsum zitten nu al middelen voor extra zorg en begeleiding. Deze middelen zijn per leerling wel veel minder dan voor het vmbo ter beschikking wordt gesteld. Daarom spreekt men wel van de afwezigheid van een aanbod van speciaal onderwijs in het mbo.
Naast de lumpsummiddelen krijgen instellingen voor deelnemers met een indicatie op dit moment leerlinggebonden financiering (lgf). Het geld voor lgf voor de clusters 2, 3 en 4 wordt – met een korting - toegevoegd aan het zorgbudget en verdeeld over de mbo-instellingen. Hiertoe zal het lgf-budget worden bevroren op het niveau van het studiejaar 2011-2012. Probleem daarbij is dat er gewerkt moet worden met een vast bedrag terwijl de vraag naar zorg en ondersteuning volgens verwachting stijgt.
Aantal zorgleerlingen
Het aantal leerlingen in het mbo dat extra zorg en ondersteuning nodig heeft om met succes een opleiding te kunnen volgen neemt, volgens alle onderzoeken, toe. Circa 20% (ruim 100000) van het totaal aantal huidige leerlingen in het mbo stroomt met een indicatie voor lichte of zware zorg (90000 LWOO, 9000 PRO en de rest VSO) in. De bezuiniging op Passend Onderwijs in het funderend onderwijs stimuleert de toename. Enerzijds omdat het uitdrukkelijk de bedoeling is de leerlingen op te nemen in het reguliere onderwijs; anderzijds omdat er verdringingseffecten zullen optreden die leerlingen met een zorgvraag de richting van het mbo opduwen. Niet uit te sluiten valt namelijk. dat er in het de rest van het onderwijs strategisch gedrag ontstaat dat leerlingen met een zorgvraag niet bedient (want dat is goedkoper). Dit is problematisch omdat het MBO al een zeer gevarieerde populatie aan leerlingen kent.
Met deze stijging neemt volgens het Nederlands Jeugdinstituut de probleemdruk in het MBO verder toe. Het is niet aannemelijk dat al deze leerlingen het zonder extra ondersteuning in het mbo zullen redden. Immers de eisen t.a.v. taal en rekenen worden opgeschroefd, de nominale opleidingsduur wordt ingekort en de bekostigingssystematiek straft langer studeren af. Daarenboven is onduidelijk welk effect het bindend studieadvies voor de leerlingen van de entree-opleidingen gaat opleveren. Het gevaar is groot dat veel leerlingen tussen wal en schip terechtkomen, op wachtlijsten of gewoonweg verdwijnen van de lijst.
Organisatie van de zorg in het MBO
De ROC’s organiseren hun extra ondersteuning aan leerlingen op vele verschillende manieren en gebruiken bijna allemaal een cirkel van experts in (ZAT) en om de school (REC’s en gemeenten) heen. Het opheffen van de REC’s, de bezuinigingen op de Ambulante begeleiding (aangevuld met de bezuinigingen op de reintegratiebudgetten van de gemeenten, de Wajong en AWBZ) werpen de scholen straks terug op zichzelf. De expertise valt weg en er zijn onvoldoende mogelijkheden tot professionele scholing om de toegenomen problematiek op te lossen. De verantwoordelijkheden nemen toe en taakverzwaring ligt in het verschiet.
Zonder de noodzakelijke budgetten zal de tijd en aandacht voor zowel zorg als niet-zorgleerlingen binnen het MBO afnemen en de werkdruk voor onderwijspersoneel nog meer oploopt. Een volstrekt onwenselijke situatie voor leerlingen, ouders en personeel.
Verticaal geïntegreerd ROC
Een verticaal geïntegreerd ROC is een instelling voor (V)MBO,die soms ook nog een of meerdere afdelingen bovenbouw HAVO/VWO in stand houdt. De redenen genoemd onder Voortgezet onderwijs en ROC zijn hier van toepassing.
AOC
Een AOC is een instelling die agrarisch onderwijs verzorgt in voorbereidende beroepsopleidingen (vbo) en middelbare beroepsopleidingen (mbo). AOC’s participeren voor het vbo-deel in de samenwerkingsverbanden voor het voortgezet onderwijs, die in het nieuwe stelsel de verantwoordelijkheid krijgen Passend Onderwijs in de regio vorm te geven. Alle redenen tot staking die genoemd worden voor voortgezet onderwijs zijn dus ook van toepassing voor de leden werkzaam op de vbo-opleidingen van een AOC.
Voor de leden die agrarische mbo-opleidingen verzorgen gelden de redenen die genoemd worden onder het kopje ROC.
Wat zijn de gevolgen voor het vo van de plannen van de minister met Passend Onderwijs?
• Kwaliteitsonderwijs geven aan àlle leerlingen wordt vrijwel onmogelijk;
• De veel te snelle invoering versterkt de druk op de onderwijskwaliteit en gaat onherroepelijk leiden tot spanningen en stress bij ouders, leerlingen, directies en docenten;
• Kortom: een algemene niveauverlaging lijkt zeer reëel;
• De huidige, betrouwbare indicatiestelling verdwijnt waardoor de ondersteuningsbehoefte van een leerling niet goed in beeld kan worden gebracht. En dus weten leraren niet goed hoe te handelen; de zorgleerling wordt daarvan de dupe: de leraar kan de individuele begeleiding niet inpassen in het werken met de gehele klas;
• Omdat de zorgplicht alleen van toepassing is op leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, ontstaat strategisch gedrag: een deel van de leerlingen wordt afgewezen op grond van taalachterstanden. Leerlingen die zorg nodig hebben krijgen die niet omdat dat goedkoper is. Daarmee is een leerling geen zorgleerling en telt zorgplicht niet omdat deze alleen geldig is voor zorgleerlingen;
• VO-scholen zullen de groei van de vraag naar zorg voor geïndiceerde leerlingen zonder de juiste hulpmiddelen moeten opvangen. Dat leidt tot noodmaatregelen: zo zijn er al aparte afdelingen opgericht met alleen maar rugzakleerlingen. Hoezo passend onderwijs??
• Het praktijkonderwijs functioneert nu goed. Bezuinigingen worden in feite volkomen onjuiste sancties voor het praktijkonderwijs;
• Verevening zorgt voor grote financiële problemen in scholen waar veel lwoo-leerlingen onderwijs volgen;
• De meeste leraren zijn nauwelijks voorbereid op hun nieuwe zorgtaken: er is onvoldoende professionele scholing;
• Leraren zullen beklemd raken tussen hun wens de grotere verantwoordelijkheid te dragen en het gebrek aan noodzakelijke kennis en ruimte om hun werk optimaal uit te voeren;
• Het gebrek aan ondersteuning in de klas zal de druk op de klassesituatie vergroten;
• De al zeer grote werkdruk in het VO zal toenemen;
• Scholen kunnen op dit moment te weinig veiligheid, structuur en begeleiding bieden. Dat zal leiden tot toename van onrust op het schoolplein, in de school en in de klas;
• De zorgstructuur in de bovenbouw havo-vwo-gymnasium staat in de kinderschoenen; goede invoering heeft meer tijd nodig en vereist een cultuuromslag;
• Het vmbo dreigt door een grote toename van probleemleerlingen niet meer de nodige onderwijskwaliteit te kunnen bieden;
• Toename van administratie en bureaucratie dreigt: meer overhead, meer afstand tussen de realiteit in de klas en de beleidsmakers, minder autonomie en zeggenschap van de school en daarmee minder inspraak van het onderwijspersoneel;
• Teveel middelen gaan naar overhead, zoals de nieuwe samenwerkingsverbanden, en dat gaat ten koste van het primaire proces in de klas.
Zoals je ziet: een enorme hoeveelheid redenen om de voorstellen af te wijzen. Maar mogelijk loop je rond met de volgende vraag:
Ik werk in het voortgezet onderwijs en heb al gestaakt op 26 januari. Waarom nog een keer?
Staken is voor de meeste collega’s in het onderwijs niet vanzelfsprekend; het is het ultieme actiemiddel. Voor de meesten van ons staat het belang van het onderwijs en de leerlingen centraal en de maat moet echt vol zijn willen we tot staking over gaan; helaas, in die situatie zijn we beland.
De vakbonden zijn van oordeel dat de politiek nu zo keihard ingrijpt in het onderwijs dat het noodzakelijk is het ultieme middel in te zetten. Politiek Den Haag zegt de kwaliteit van het onderwijs voorop te stellen maar biedt tegenover steeds hogere eisen geen enkele ruimte om aan de eisen te kunnen voldoen: het onderwijspersoneel mag de brokken lijmen.
Op 26 januari ging het om de rommelwet die het voortgezet onderwijs opzadelt met 40 extra te geven uren in de onderbouw zonder financiering, met verhoging van het aantal werkdagen voor het personeel door direct ingrijpen van de minister in het cao-overleg. Geen wet die de kwaliteit van het onderwijs dient maar leidt tot ophok-uren en volle klassen. Geen wet die het personeel met respect behandelt: ons wordt eenzijdig een verhoging van het aantal werkdagen opgelegd en onze vakantierechten worden afgebroken.
Voor 6 maart is door een breed front een landelijke staking tegen de wetsvoorstellen Passend Onderwijs uitgeroepen. Dit kabinet bezuinigt 300 miljoen euro op Passend Onderwijs. Het nieuwe stelsel moet zogenaamd werkendeweg ontstaan maar het personeel krijgt onvoldoende tijd en middelen om zich voor te bereiden op de toenemende vraag van meer leerlingen om extra ondersteuning. De problematiek in de klas neemt toe. Goed onderwijs aan alle leerlingen komt in het gedrang.
De bezuiniging is te omvangrijk en komt te snel. Leerlingen, ouders en personeel zijn de dupe. En dit terwijl er 250 miljoen euro wordt uitgetrokken voor de uitvoering van het beleidsthema prestatiebeloning, een politieke wens waar in het onderwijs geen draagvlak voor bestaat: een meerjarige 0-lijn voor al het personeel wordt gecompenseerd door een extra beloning voor weinigen in de hoop dat iedereen nog harder gaat lopen, ook voor de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.
We denken hiermee duidelijk gemaakt hebben waarom we wel in actie moeten komen.
Evert Kloek, vertegenwoordiger van NVS-NVL bij FvOv (Federatie van Onderwijsvakverenigingen, onderdeel van CMHF)
* Bron: AOB