Column
Investeren met superrendement
door Tom Luken
Eén van de belangrijkste thema’s bij de Tweede Kamerverkiezingen in het voorjaar van 2010 was: bezuinigen. Bijna geen enkel beleidsterrein werd ontzien. Zelfs JSF en hypotheekrenteaftrek bleken niet onaantastbaar. Maar er was één belangrijke uitzondering: het onderwijs. Vrijwel alle politieke partijen willen het onderwijs ontzien of er zelfs extra in investeren. Terecht, want - los van de intrinsieke waarde van onderwijs - economen hebben berekend dat men geld besteed aan onderwijs, op termijn dubbel en dwars terugverdient.
De komende jaren zullen er dus waarschijnlijk enkele extra miljarden euro’s naar het onderwijs vloeien. Een goede zaak. Helaas echter zijn de meeste plannen voor het besteden van dit geld fantasieloos. Voor een groot deel lijkt het te zullen gaan om algemene maatregelen zoals het verkleinen van klassen en het verhogen van lerarensalarissen. Uit onderzoek blijkt dat hiervan relatief weinig extra leerrendement valt te verwachten. Ik heb een beter idee.
In onderwijsloopbanen gaan onwaarschijnlijk grote hoeveelheden tijd, levensvreugde en geld verloren doordat leerlingen en studenten op plekken zitten waar ze het niet naar hun zin hebben, weinig tot niets leren en de boel zelfs voor anderen verzieken. Enkele jaren geleden schatte de Nationale Denktank dat verkeerde studiekeuzen jaarlijks 7 miljard euro kosten! Dit zou best nog een onderschatting van de werkelijkheid kunnen zijn. Voor zover ik heb kunnen nagaan zijn bijvoorbeeld de toch niet onaanzienlijke kosten die gemoeid zijn met ziekte, arbeidsongeschiktheid, disfunctioneren en personeelsverloop van leraren ten gevolge van storend gedrag en pesterijen van ongemotiveerde leerlingen, niet meegerekend.
Stel je voor dat we een manier vonden om dit probleem op te lossen. Een rendement van 7 miljard per jaar of nog veel meer ligt voor het oprapen. En passant wordt dan misschien uiteindelijk ook nog de Lissabon-doelstelling gerealiseerd en wordt Nederland echt een concurrerende kenniseconomie. Het enige wat daarvoor hoeft te gebeuren, is dat leerlingen en studenten ophouden met de verkeerde studies te kiezen.
Is het zo simpel? Ja en nee. Nee, omdat het in de aard van de ontwikkeling van jongere tot volwassene ligt om dingen uit te proberen en wegen te bewandelen waar je niet op doorgaat. In die zin zijn ‘verkeerde’ keuzes onvermijdelijk. Ja, omdat we kunnen ophouden dit te betitelen als verkeerde keuzes. Als we dit accepteren en er beter mee omgaan, dan zullen we zien dat ook omwegen tot competentieontwikkeling en rendement leiden.
Waar het om gaat is dat LOB en studieloopbaanbegeleiding ophouden zich blind te staren op ‘kiezen’. Het moet veel meer gaan om het leggen van een basis voor loopbaancompetentie. Ik zou dat willen omschrijven als het ontwikkelen van een richtinggevoel en het leren (bij)sturen daarop. Ook omwegen bieden dan leerervaringen die je inbouwt in een eigen expertisegebouw, dat gegrondvest is op een motivationele basis. Zolang een dergelijke basis ontbreekt, blijven kennis en ervaringen los zand.
Dat dit nu nog onvoldoende gebeurt is zeker niet alleen de schuld van de schooldecanen. Politici, bestuurders, onderzoekers, onderwijsadviseurs, journalisten, ouders en de leerlingen en studenten zelf, allemaal lijken ze unaniem de volgende ‘theorie’ te hanteren: Als het misgaat komt het omdat je verkeerd gekozen hebt. Daarom moet je goed kiezen. Daarvoor moet je je goed informeren en goed nadenken. Als je dat doet, kies je goed en zal succes je deel zijn. Het is wel lastig maar je hebt een decaan, die je erbij helpt. Als je een goede decaan hebt, dan helpt die je niet alleen bij je keuze, maar helpt hij je ook bij het leren kiezen!
Deze ‘theorie’ staat zelden ter discussie, maar de werkelijkheid is vaak toch anders. Nieuwsgierig? Lees dan de komende columns van ondergetekende. Hierin zullen resultaten van wetenschappelijk onderzoek aan de orde komen, die bovenstaande ‘theorie’ ernstig ondergraven.Zolang lob gegrondvest is op theorieën die niet deugen, zal de begeleiding niet aan de verwachtingen kunnen voldoen. Investeringen zijn nodig voor een beter begrip van loopbaanontwikkeling. En voor middelen waardoor begeleiders deze kennis kunnen toepassen in hun werk. Het gaat niet om kleine bedragen. Maar ze beloven een superrendement.
Tom Luken is arbeids- en organisatiepsycholoog en werkt als onafhankelijk onderzoeker en adviseur bij loopbaanvraagstukken. Eerder was hij lector Career Development bij Fontys Hogescholen.