Column Loopbaanontwikkelingen
Talent
Bij het begrip talent denkt men meestal aan een bijzondere gave, iets wat je bij geboorte meekrijgt. Neem bijvoorbeeld de wereldberoemde pianist Mikhaïl Rudy. Hij werd geboren in 1953 in een armoedig gezin in Stalino (nu Donetsk in de Oekraïne). Zijn vader verliet het gezin toen Mikhaïl drie was. Hij bleef achter met zijn moeder en grootmoeder. Zij woonden met zijn drieën in een schamele kelder onder een ruïne. Onder zijn (groot)ouders waren geen musici. Niets wees erop dat dit gezin een beroemde pianist zou voortbrengen.
Maar toen Mikhaïl vijf was, merkte zijn buurman, een violist in het plaatselijke symfonie-orkest, dat hij een absoluut gehoor had. Op achtjarige leeftijd gaf hij op school concerten in de klas. Toen hij negen was, gaf hij met het lokale orkest zijn eerste pianoconcert. Op dertienjarige leeftijd kende iedere muziekliefhebber in Stalino hem. Op zijn zestiende kwam hij door de uiterst strenge selectie van het beroemde Tsjaikovski conservatorium in Moskou. Hij werd aangemerkt als bijzonder veelbelovend en dat kwam ook uit. Op 22-jarige leeftijd behaalde hij de eerste prijs bij het prestigieuze Concours Marguerite Long (Parijs, 1975). Hij werd een internationaal gevierd pianist. Kan dit iets anders zijn dan een aangeboren, bijzonder talent?
Er is een andere kant aan het verhaal. In de armoedige woning bevond zich één mooi object. Een geërfde piano van mahoniehout, die op de kleine Mikhaïl een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefende. Zijn moeder, die vroeger een beetje pianoles had gehad, legde hem uit hoe hij door op de toetsen te drukken geluid kon maken. Toen Mikhaïl vier was, hoorde hij regelmatig door de gehorige wand zijn eerder genoemde buurman viool spelen. Hij probeerde de melodieën van de musicus na te doen en tot zijn grote vreugde antwoordde die soms door de muur heen. Na een tijdje besloot de violist eens te gaan zien met wie hij deze muzikale dialoog voerde. Hij was hogelijk verbaasd dat dit een jongetje van vijf jaar bleek te zijn en zorgde ervoor dat Mikhaïl pianoles kreeg. Dit werd een harde leerschool. Zijn lerares sloeg hem met haar beringde handen als hij fouten maakte. ‘Je speelt als een koe,’ voegde ze hem regelmatig toe. Ze liet hem eindeloos en keihard oefenen. Maar het feit dat anderen naar zijn muziek luisterden, maakte dat al gauw meer dan goed. Mikhaïl begon muziek te ervaren als een bescherming tegen de wereld, de enige manier om de wereld te trotseren. Achteraf vindt hij het onvoorstelbaar hoeveel werken hij in die tijd heeft leren spelen. Een bijkomend detail is nog dat hij in een gevaarlijke buurt woonde. Niet alleen liep hij een keer een gebroken neus op, maar een andere keer een messteek in zijn rechterhand. Als die een fractie dieper was geweest, had hij nooit meer piano kunnen spelen…
Het verhaal van Mikhaïl Rudy illustreert een aantal conclusies over talent uit wetenschappelijk onderzoek van de laatste decennia. In de eerste plaats dat toeval een grote rol speelt bij uitzonderlijke prestaties. Denk aan het erfstuk, de buurman en de messteek. In de tweede plaats dat veel oefenen belangrijk is. Tienduizend uur om ergens echt goed in te worden is een gangbare norm. In de derde plaats dat genetische aanlegverschillen niet ontkend kunnen worden, maar dat begaafdheid wijder is verbreid dan menigeen denkt. Er zijn bijvoorbeeld serieuze aanwijzingen dat ieder mens met een absoluut gehoor wordt geboren, maar dat dit bij de meesten verloren gaat op het moment dat de spraak zich ontwikkelt. Tot slot dat dit doorslaggevend is: de motivatie om te leren en jezelf door oefenen te verbeteren. Interacties met de omgeving zijn bepalend bij het ontstaan van die motivatie en van het vertrouwen om te kunnen leren.
Zo bezien moet een school slechte prestaties niet te makkelijk afdoen als gebrek aan talent. Van de andere kant is het onmogelijk dat iemand ál zijn talenten ontwikkelt. Als één talent tot volledige bloei komt, is dat al heel mooi.
Tom Luken is arbeids- en organisatiepsycholoog en werkt als onafhankelijk onderzoeker en adviseur bij loopbaanvraagstukken. Terug naar oktobernummer Bij de Les