Column
Column
Nynke Bosma
Alles zal reg kom
Het is herfst en het nieuwe schooljaar is weer volop begonnen. Toch moest ik even denken aan de diplomering van afgelopen juli. Daar waren twee oud-leerlingen, een stelletje. Ten eerste was ik verbaasd dat ze nog bij elkaar waren. Toen ze nog bij mij in de klas zaten, ging het er stormachtig aan toe.
De ene les was de ruzie onoverkoombaar en vloog één van beiden het lokaal uit. De volgende les zaten ze als tortelduifjes naast elkaar. Puberliefde, dacht ik. Maar nee, ze wonen
nu samen. Ten tweede was ik aangenaam verrast dat hij zo goed terecht was gekomen. Hij was namelijk op een gegeven moment gestopt met school, aan de drugs en zat nogal met zichzelf in de knoop. En nu een werkende volwassene.
Waarom dacht ik daaraan terug? Zo aan het begin van het schooljaar komen ook allerlei problemen van leerlingen weer aan het licht waarvan je denkt: hoe moet dat ooit goedkomen? En daarom dacht ik terug aan die ontmoeting. Als docent denk je soms: dat komt nooit goed, maar...
‘alles zal reg kom’.
Deze uitspraak gebruik ik wel vaker. Ik had het ooit ergens gehoord en in mijn gedachten was de uitspraak verbonden aan de Zuid-Afrikaanse schrijver Andre Brink. Om zekerheid te krijgen heb ik het gegoogled. En wat blijkt: het is wel een boektitel, maar niet van Andre Brink, maar van Sibolt van Ketel. Nooit van gehoord. Hoe dat in mijn hoofd dan gelinkt was aan Andre Brink?? Ik houd het op een rare kronkel. Via google kwam ik er ook achter dat de hele uitspraak is: ‘alles zal reg kom as ons almal ons plig doen’. Een Zuid-Afrikaans gezegde; de betekenis laat zich raden. Dit allemaal terzijde.
We vergeten of althans ik vergeet wel eens, dat ik met pubers werk. Kleine dingen zijn enorm en grote dingen laten je onverschillig. De vraag of HIJ in de trein zit, is toch veel belangrijker dan of je je huiswerk hebt gemaakt?
Daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen dat je alle problemen van leerlingen kunt wegwuiven met: ‘Och je bent gewoon aan het puberen…’ Meer dat je dingen soms ook in het licht van de puberteit moet zien. En dan gebeurt er veel met je. Je emoties zijn vaak heftiger. ‘Himmelhoch jauchzend, zu Tode betrübt’, zoals Duitsers dat zo mooi uitdrukken. Zo ging dat bij mij wel. Je bent bezig je weg in het leven te vinden. Dat is soms al moeilijk genoeg (hangt ervan af of je over een zandweg, grindweg of weg met keien gaat). Laat staan als daar ook nog andere dingen bijkomen; bijvoorbeeld een instabiele thuissituatie. Dan kan je als docent wel met alle geweld een leerling richting diploma willen duwen, maar je kunt ook een leerling de tijd gunnen en denken: komt het nu niet dan later wel. Het is belangrijker dat je een leerling op dat moment kunt ondersteunen en een houvast kan bieden. Alles moet al snel genoeg. Ik hoorde van de peuterjuf van mijn dochter dat er zelfs over gedacht wordt kinderen van drie jaar al naar de basisschool te sturen. In Zweden zijn kinderen pas vanaf zeven jaar leerplichtig, toch zijn ze met twaalf jaar net zo ver als bij ons. Laat kinderen alsjeblieft nog even kind zijn en geef pubers de ruimte te puberen. Ook niet teveel natuurlijk, af en toe een spreekwoordelijke schop onder de kont, kan ook geen kwaad. Maar hoge pieken, diepe dalen horen volgens mij bij de puberteit, en dat in mijn achterhoofd helpt me te relativeren en wellicht leerlingen beter te ondersteunen. En dan denk aan Ede Staal (Groningse zanger) die zong: ‘De winter was laank en ikke was baank dat t nooit meer veurjoar worden zol, moar t komt altied wel goud’.