Column door Tom Luken

Moet LOB wel geïntegreerd zijn?

Soms is een theorie overtuigend, maar is het toch nog maar de vraag of zij klopt. Neem bijvoorbeeld de theorie – laten we hem ‘A’ noemen – die stelt dat LOB geïntegreerd moet zijn in het onderwijs- en leerproces. En dat de decaan een leraar moet zijn. Bijna iedereen is het hier over eens. De argumenten zijn dan ook sterk. Loopbaanontwikkeling is een proces, dat nauw samenhangt met de verwerking van ervaringen in onderwijs en stages. Het loopbaanplan is de spil in het zelfgestuurde leerproces bij competentieontwikkeling. De leraar kent zijn leerlingen goed en kan deze kennis goed gebruiken in de begeleiding.

Als we kijken naar een aantal feiten uit onderzoek, dan ontstaan toch twijfels. In Nederland, waar de LOB meestal geïntegreerd is en de begeleider een docent, zijn leerlingen en studenten over het algemeen ontevreden over de ontvangen begeleiding. Ontevreden in vergelijking met andere aspecten van hun studie. En vergeleken met leerlingen in andere landen. Ook de effecten van de begeleiding vallen tegen. De grote investeringen van de afgelopen jaren in LOB in het beroepsonderwijs hebben niet geleid tot vermindering van de problemen. De motivatie van leerlingen is niet verbeterd, hun zelfbeelden zijn niet realistischer geworden en het switchen tussen studierichtingen en de uitval uit het onderwijs zweven al jaren rond hetzelfde hoge niveau.

Als ik internationale onderzoeksrapporten lees over de effecten van studieloopbaanbegeleiding, dan vallen mij drie dingen op. Ten eerste dat losse projecten of interventies een duidelijker effect hebben dan geïntegreerde, procesmatige begeleiding. Loopbaanontwikkeling mag dan een langdurig proces zijn, de conclusie dat dan ook de begeleiding de vorm van een langdurig proces moet hebben, lijkt te snel getrokken. Ten tweede dat de effectiviteit van begeleiding nauwelijks samenhangt met de hoeveelheid bestede tijd. Het gaat dus niet om kwantiteit, maar om kwaliteit. Tot slot dat onafhankelijke, professionele begeleiders van buiten het onderwijs meer vertrouwen genieten van leerlingen dan docent-begeleiders. 

Dit laatste kan een startpunt zijn voor een theorie ‘B’. Allerlei onderzoek op het gebied van geneeskunde, psychotherapie en coaching wijst erop dat vertrouwen een belangrijke, misschien wel dè belangrijkste factor is voor effectiviteit. Of dat bij LOB ook zo is, weet ik niet zeker, maar het lijkt wel waarschijnlijk. Dat de leerling graag een onafhankelijke begeleider heeft, is begrijpelijk. Iedereen heeft belang bij zijn toekomst. De ouders hebben vrijwel altijd al dan niet uitgesproken krachtige wensen en vrezen. Maar ook de school heeft een belang, namelijk dat de leerling goede studieresultaten behaalt en blijft totdat het diploma is behaald. En misschien wel dat hij Duits kiest, omdat dan nog een groep gevormd kan worden. Voor de leerling is het van grote waarde te kunnen praten met iemand die geen belang heeft. Zo iemand is beter in staat met de leerling op zoek te gaan naar wat deze echt zèlf belangrijk vindt. De docent kan ongetwijfeld waardevolle feedback geven die de leerling helpt bij het vormen van een realistisch zelfbeeld. Maar iemand die je niet kent en geen (voor)oordelen en verwachtingen heeft, is in andere opzichten wellicht een betere helper. Bij zo iemand kun je bijvoorbeeld makkelijker de twijfels kwijt die je in het dagelijks leven verbergt. Of verken je vrijer de nog vage aspecten van je ´zelf´ en je ‘possible selves’.

Tot slot de factor professionaliteit. Hiermee bedoel ik niet in de eerste plaats diploma’s, certificaten of gedragsregels. Maar wel de motivatie gekozen te hebben voor dit werk. En verder voldoende tijd ermee bezig zijn, zodat werkelijke expertise wordt opgebouwd. Wat ook belangrijk is: de beschikking hebben over een gereedschapskist die goedgevuld is met methoden en instrumenten die hun waarde bewezen hebben. En collega’s die een klankbord, feedback en inspiratie leveren.

Ik denk dat theorie ‘A’ en ‘B’ allebei veel waarheid bevatten. Zowel geïntegreerde LOB door decanen, mentoren en docenten als projecten en interventies door externe, onafhankelijke professionals helpen de leerling bij zijn loopbaanontwikkeling. In de externe professionals is de afgelopen decennia  niet geïnvesteerd. Er is slechts afgebroken. Tijd voor een herwaardering.

 

Tom Luken is arbeids- en organisatiepsycholoog en werkt als onafhankelijk onderzoeker en adviseur bij loopbaanvraagstukken.

powered by sitecore