Column Loopbaanontwikkelingen

Dwaasheid in het hoger onderwijsbeleid

door Tom Luken

In de NRC van 8 februari is een interview met staatssecretaris Halbe Zijlstra afgedrukt. Een deel van zijn intenties en plannen lijkt me prima, maar het interview legt ook enkele dwaasheden in het nieuwe hoger onderwijsbeleid bloot. Onderwijsinstellingen moeten studenten voor de poort gaan selecteren. Zij moeten in een intakegesprek bepalen of student en studie bij elkaar passen. Zo nee, dan moet de student een advies krijgen over waar hij beter op zijn plaats is. Zijlstra is optimistisch. ‘Het is de bedoeling van dit kabinet dat elke student op de juiste plek terechtkomt… Alle vergeefse inspanningen die nu worden besteed aan studenten die uiteindelijk toch afhaken, kunnen straks voor een groot deel achterwege blijven.’

In dezelfde krant krijgt de staatssecretaris steun van Marcel Canoy. Deze hoogleraar klaagt over een student die er niet in slaagt om zijn scriptieonderwerp af te bakenen en helder Engels te schrijven. Hij denkt dat als het intakegesprek al bestaan zou hebben, hij deze student waarschijnlijk nooit zou hebben ontmoet voor een scriptie. Ik vraag mij af hoe de heer Canoy dit resultaat van één gesprek kan verwachten, als het beoordelen niet gelukt is in een heel eerste studiejaar. Er is immers kennelijk geen bindend negatief studieadvies gegeven. Een andere vraag is of de betreffende, onmiskenbaar enthousiaste en hardwerkende student wel goed begeleid is bij eerdere schrijfopdrachten aan zijn universiteit.

Intakegesprekken kunnen ongetwijfeld hun nut hebben als start van een wederzijds commitment tussen student en onderwijsinstelling. Studiekeuzegesprekken blijken nuttig te zijn en worden door aankomende studenten gewaardeerd. Het idee dat met dergelijke gesprekken ‘elke student op de juiste plek terecht zal komen’ is echter absurd. Het gaat uit van een al lang achterhaald potje-dekseltje denken. Studenten zijn (evenals opleidingen en beroepen) volop in ontwikkeling. ‘Verkeerde keuzen’ kunnen heel wel goed aflopen als de interesse voor het gekozen onderwerp groeit en als binding met de opleiding en met medestudenten ontstaat. ‘Goede keuzen’ kunnen daarentegen makkelijk verkeerd aflopen als het onderwijs of de begeleiding niet goed is. Helaas is dit nogal eens het geval. De student krijgt dan de schuld. Had hij maar beter moeten kiezen.

Een andere belangrijke fout die gemaakt wordt, is de schromelijke overschatting van de meetbaarheid van geschiktheid. Ervaren psychologen van adviesbureaus hebben uitgebreide assessments en gesprekken nodig om voorspellingen te doen over geschiktheid bij uitgekristalliseerde personen en functies. Zelfs met deze voorspellingen gaat het vaak fout. Hoe kan van docenten die hiertoe niet zijn opgeleid en geoutilleerd, verwacht worden dat ze in een kort gesprek gaan bepalen voor welke opleiding iemand het meest geschikt is? Het idee dat onderwijsinstellingen gaan uitmaken in welke opleiding een student mag studeren, is onliberaal. En het is tegenstrijdig met de investeringen in loopbaanbegeleiding in het onderwijs, die er met reden juist op gericht zijn dat de leerling eigen keuzen maakt en zich zelf stuurt.
Uiteraard is selectie soms noodzakelijk en volstrekt legitiem. Maar men moet hier niet lichtzinnig mee omgaan. Het is belangrijk om er rekening mee te houden dat een aanwijzing zelfbeeld en toekomstbeeld in duigen doet vallen en de adolescentenziel danig kan beroeren. Een extreem voorbeeld hiervan biedt de geschiedenis in de vorm van Adolf Hitler na zijn afwijzing voor de kunstacademie in Wenen in 1907.

Ook over de boete voor langstudeerders bestaan verkeerde verwachtingen. Burgemeester Van der Laan zei hierover: ‘Het moet ze motiveren om in één keer de juiste studie te kiezen.’ De meeste leerlingen zijn meer dan genoeg gemotiveerd om in één keer de juiste keuze te maken. Boetes voor langstudeerders zullen vooral de stress en krampachtigheid vergroten. Dat studieloopbanen kronkels vertonen is een psychologische en maatschappelijke noodzakelijkheid.

Het kabinet zet in op kennisvalorisatie en innovatie. Hierbij wordt een eenzijdig accent gelegd op ‘harde’ wetenschappen en techniek. Het is hoog tijd dat de inzichten benut worden, die de laatste decennia tot stand zijn gekomen over het zo cruciale proces van de loopbaanontwikkeling.

Tom Luken is arbeids- en organisatiepsycholoog en werkt als onafhankelijk onderzoeker en adviseur bij loopbaanvraagstukken.

powered by sitecore