Column

Opvoedingsfouten
door Hugo van Gendt

‘De grootste opvoedingsfout die ik ooit gemaakt heb’, noemde hij het. ‘Hij’ was een klasgenoot van me, Bernard, inmiddels al jaren werkzaam bij het APS. De fout waar hij het over had, was het te veel beïnvloeden van zijn zoon bij de keuze voor een middelbare school.

Toen zijn zoon Abel het einde van groep 8 naderde, was Bernard alle voorlichtingsavonden voor ouders afgegaan. Alle scholen voor voortgezet onderwijs in de regio had hij zo bezocht. Bij thuiskomst had hij zijn mening niet onder stoelen of banken gestoken. Zeker gezien zijn werk had hij altijd wel commentaar (positief of negatief) op het pedagogisch klimaat in de onderbouw. Een van de scholen hanteerde een concept dat hem heel erg aansprak. Thuis vertelde hij er enthousiast over en tot zijn vreugde ging Abel mee naar de open dag van die school. Die beviel heel goed en Abel wilde eigenlijk geen andere scholen meer bezoeken; dit was wat hij wilde. Het inschrijvingsformulier werd zo snel mogelijk ingevuld en opgestuurd. Later bleek dat al zijn klasgenootjes samen naar een andere school gingen; daar had hij verdriet om. Dit zette zijn vader wel aan het denken. Na een lang gesprek zijn ze samen tot de conclusie gekomen dat Abels keuze vooral met de voorkeur van zijn vader te maken had gehad en Abel heeft zijn keus veranderd. Hij heeft vervolgens een leuke en succesvolle schooltijd gehad.

Het verhaal kwam mij niet onbekend voor. Enige tijd geleden had onze oudervereniging een lezing georganiseerd door een van de studievoorlichters van de TU Delft. Zij sprak over de rol van de ouders bij de keuze van een vervolgopleiding (waarover in de Bij de Les van oktober het boeiende artikel ‘De ouder als loopbaanbegeleider’ stond). Een belangrijk onderdeel van haar verhaal was het dilemma voor ouders: enerzijds willen ze zo veel mogelijk betrokkenheid tonen bij de studiekeuze van hun kinderen (het is immers belangrijk te laten merken dat je met ze meeleeft en trots op ze bent), anderzijds proberen ze zo weinig mogelijk hun eigen mening te geven, om te voorkomen dat deze een leidraad bij de studiekeuze wordt. Zij vertelde het heel goed, met bijzonder aansprekende voorbeelden erbij. Ik vond dit een verhaal dat alle ouders van schoolkiezers en studiekiezers zouden moeten horen. Haar beschrijving van ouders als koorddansers, waarbij de afgrond (in dit geval je eigen wil teveel opleggen aan je kinderen) veel groter is dan het smalle koord, sprak zonder meer tot de verbeelding.

Een heel ander, en zelfs groter, probleem doet zich voor als je bewust je kinderen iets anders laat kiezen dan ze zelf voor ogen hadden, en het resultaat niet is wat je ervan verwacht had. Dat is Irene, een collega van me, overkomen. Zij heeft haar zoontje Daan omgepraat om naar de zogenaamde vwo-plusklas te gaan. Zij deed dit omdat hij met 12 klasgenootjes naar dezelfde scholengemeenschap ging en Irene vond dat die klasgenootjes een slechte invloed op haar zoontje hadden. Daan zou volgens haar als enige naar de plusklas gaan en zo eindelijk van zijn ‘vriendjes’ af zijn. Daan had helemaal geen zin in extra werk en Irene moest praten als Brugman om hem over te halen. U begrijpt het al: alle 13 jongetjes gaan naar de plusklas. Ik ben bang dat er voor haar nu geen weg meer terug is.

Bij mijn eigen kinderen is in zekere zin hetzelfde gebeurd als bij Bernard. Ze kwamen, toen ze nog op de basisschool zaten, al jaren bij ons op school bij musicals en muziekavonden en werden door veel collega’s herkend en begroet. Het bezoek aan onze open dag beviel daardoor veel beter dan dat op andere scholen. Logisch dat ze allebei voor onze school gekozen hebben. Volgens mijn subjectieve mening een prima keus, maar niet de gemakkelijkste weg om te kiezen. Gelukkig hebben ze allebei leuke klassen getroffen in de onderbouw (in mijn ogen de belangrijkste voorwaarde voor een leuke schooltijd) en hebben ze het gymnasium in 6 jaar afgerond. Een beïnvloede keus hoeft geen slechte keus te zijn.

powered by sitecore