Column
Column: Onbekend maakt onbemind
door Hugo van Gendt
Afgelopen zaterdag kwam ik op de open dag van onze school Maarten Jan tegen. Een oud-leerling, inmiddels ouder van een twaalfjarige. ‘ Hé Hugo, herken je me niet meer?’ vroeg hij, terwijl hij me indringend aankeek.
Ik moest toegeven dat ik geen idee had. Toen hij zijn naam noemde herkende ik de trekken van zijn gezicht weer, maar het verschil tussen het timide jongetje van toen en de zelfbewuste man van nu was zo groot dat ik het mezelf niet kwalijk nam dat ik hem niet herkend had. Mede door de gebruinde huid, de zware baardgroei en het stoere jack, leek hij op iemand die gemakkelijk gecast kon worden in goedkope maffiafilms. Gelukkig was zijn karakter nog hetzelfde. Vriendelijk en geïnteresseerd informeerde hij naar het wel en wee van de school en enkele docenten die hem bij waren gebleven.
Maarten Jan heeft bijna twintig jaar geleden bij ons zijn diploma behaald. Een positieve, enthousiaste leerling, die heel gemakkelijk kon leren. Alle schoolvakken beheerste hij zonder noemenswaardige inspanning. Daarnaast was hij ook nog muzikaal en sportief. Ik wist nog dat hij, na het gymnasium, in Delft was gaan studeren en was benieuwd hoe dat bevallen was. Hij bleek daar de studie werktuigbouwkunde maar een jaar gevolgd te hebben. Hij was daar aan begonnen, ‘omdat in die tijd van iedereen met aanleg voor de bètavakken verwacht werd dat hij of zij een technische vervolgopleiding zou kiezen.’ Ondanks het feit, dat zijn interesse voornamelijk aan de talenkant lag, was hij onder invloed van deze (nog steeds aanzienlijk aanwezige) maatschappelijke druk naar Delft gegaan. Logisch dat het niet lang geduurd heeft.
Na een jaar in Delft is Maarten Jan bedrijfskunde gaan studeren om vervolgens zijn MBA te behalen. Daarna maakte hij vrij snel carrière bij een groot internationaal bedrijf in transport en logistiek. Hij heeft, zegt hij, een leuke, uitdagende en gevarieerde baan met een goed salaris. Maar om iemand uit te leggen wat hij nu precies doet, heeft hij naar eigen zeggen wel een uurtje de tijd nodig. Er zijn hard mensen nodig op zijn niveau, dus hij wil graag eens komen praten met leerlingen over zijn opleiding en loopbaan.
Het wordt me steeds duidelijker hoe weinig je als middelbare scholier eigenlijk weet van de enorme diversiteit aan beschikbare banen. Van veel beroepen heeft men wel een beeld (juist of niet), omdat iedereen er wel eens mee in contact komt of erover leest in kranten of andere media. Dat geldt voor beroepen in de gezondheidszorg, detailhandel, onderwijs en rechtspraak.
Voor technische beroepen wordt veel reclame gemaakt. De bètalobby wordt financieel gesteund door overheid en bedrijfsleven. Logisch, want men weet dat er een tekort aan goede technici dreigt in de naaste toekomst. Onze school maakt graag gebruik van de mogelijkheden die (mede) door bedrijven worden aangeboden. Zo bezochten we eind 2009 de Jet-Net (jongeren en technologie netwerk) Career Day, waar onze derdeklassers kennis konden maken met technische beroepen. Een zeer geslaagde happening, zeker in combinatie met het speeddaten enige maanden later. Bij deze laatstgenoemde bijeenkomst konden meisjes in kleine groepen praten met dames (de zogenaamde rolmodellen) uit verschillende technische richtingen. We gaan beide activiteiten zeker continueren, aangevuld met een vergelijkbare date-activiteit voor de jongens uit klas 3. Daarnaast willen we leerlingen graag kennis laten maken met beroepen uit andere branches, vooral uit het bedrijfsleven.
Leerlingen kennis laten maken met beroepen is een speerpunt van onze voorlichting aan het worden. In navolging van andere scholen heeft klas 4 eind vorig schooljaar een ‘middag van de expert’ gehad (op andere scholen wordt dit vaak georganiseerd als de ‘dag van de oud-leerling’ ), waar per profiel twee vertegenwoordigers uit de praktijk aanwezig waren om te praten (in kleine groepen) over hun baan, carrière en opleiding. Hier hebben veel leerlingen nieuwe ideeën opgedaan. Bovendien is het de bedoeling dat de leerlingen in klas 5 als vervolg op deze middag een dag (of meer) stage gaan lopen bij een beroep dat hun interesse heeft, soms bij een van de ‘experts’, maar vaak ook in een beroep uit dezelfde branche. We merken dat mensen uit de praktijk hier graag aan meewerken. Niet alleen vertellen ze graag over hun eigen werk, maar ook vinden ze het nuttig leerlingen kennis te laten maken met hun beroep. Ook zij weten: onbekend maakt onbemind.