Stellingname NVS-NVL Hogere verwachtingen, minder zorgmiddelen en grotere belasting
Kan het anders?
Passend Onderwijs staat voor onderwijs waarin leerlingen de best mogelijk plaats in het onderwijs krijgen. Er wordt rekening gehouden met hun (on)mogelijkheden om hun talenten tot ontwikkeling te brengen. We hebben de laatste jaren gezien dat het aantal leerlingen waar wat mee aan de hand is substantieel stijgt. Voor een deel zal dat zijn omdat er een groot netwerk van voorzieningen is om leerlingen waar wat mee is te helpen. Omdat elk aanbod zo zijn eigen vraag schept is het logisch om er scherp op te letten of dit wel adequate en passende voorzieningen zijn voor leerlingen met een beperking. Kan dat niet anders?
Meer met minder
Sinds 2007 wordt gewerkt aan nieuw beleid om de toeloop naar speciale scholen of speciaal onderwijs in te dammen. Sinds 2004 is het mogelijk leerlingen die speciale begeleiding nodig hebben in het reguliere onderwijs te plaatsen en deze leerlingen wat extra middelen mee te geven om dat in een gewone school ook te laten lukken. Minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) bracht op 31 januari 2011 haar beleidsbrief Passend Onderwijs uit. Ze gaat verder op een weg die door eerdere ministers en staatssecretarissen ingeslagen was, maar anders dan haar voorgangers komt ze niet met extra middelen maar met een bezuiniging van 300 miljoen.
Goede keuzes …
De keuzes die in het verleden gemaakt zijn, bijvoorbeeld om speciaal onderwijs op ruime schaal in stand te houden, zijn niet altijd doelmatig geweest. Het aantal leerlingen dat naar het speciaal onderwijs verwezen zou worden zou moeten teruglopen. De laatste jaren zien we juist een (soms vrij spectaculaire) deelnamegroei. Het aantal uitgedeelde “rugzakjes” of lgf (leerlinggebonden financiering) dat er op gericht is om leerlingen met een beperking in een reguliere school met extra middelen en zorg te begeleiden, groeide veel harder dan verwacht. De organisatie van deze lgf was ook geen toonbeeld van efficiency en niet altijd rechtvaardig. Ouders met een bovengemiddelde vasthoudendheid krijgen zaken voor elkaar voor hun kinderen die andere ouders met soms veel grotere problemen niet voor elkaar krijgen. De leerlingen met een rugzak kwamen – terecht overigens – voor volledige verantwoording van de school die hen een plaats bood. Echter de helft van het rugzakbudget ging naar regionale expertise centra die daarmee – vaak weinig probaat en in elk geval niet efficiënt – ambulante begeleiding verzorgden. Al die problemen worden aangepakt kunnen we uit de beleidsbrief van minister Van Bijsterveldt opmaken.
… maar onmogelijk het goed uit te voeren
Scholen worden verantwoordelijk voor de leerlingen die ze een plaats bieden ook als het gedragsmatig op een gegeven moment verkeerd loopt. De docent moet in staat gesteld worden ook met zo’n lastige, onhandelbare leerling of een leerling met verwerkingsmoeilijkheden in de klas of via een andere speciale aanpak binnen de school, uit de voeten te kunnen. Op zich een terechte eis. De leerling kan in veel gevallen – het is en blijft een kind – niet voor dat gedrag volledig verantwoordelijkheid gehouden worden. Hij (vooral) / zij (in toenemende mate) is zoals hij/zij is. Binnen het reguliere onderwijs een plaats bieden aan deze leerlingen is in veel gevallen de beste en meest duurzame oplossing. Juist hier knelt de beleidsnotitie van Van Bijsterveldt. Van de docent – die in de klas al zwaar belast is – wordt iets extra’s gevraagd dat niks mag kosten. Hij moet in de eigen tijd en zonder extra begeleiding het maar zien te rooien. Dat kunnen en mogen we docenten niet aandoen. Te meer omdat gelijktijdig de ambitie van de bewindspersoon er op gericht is om Nederland op te stoten in de OESO-ranking. Het Nederlandse onderwijs moet weer in de top-5 komen.
Iedereen ongelukkig
Meer vragen met minder middelen dat zal nooit gaan passen. Het is een perspectief waar iedereen ongelukkig van zal worden. De lastige leerling die niet geholpen kan worden en ten einde raad – met de hete adem in de nek van de leerplichtambtenaar - thuis komt te zitten. De docent die welwillend extra manieren wil bedenken om met belaste leerlingen een extra motiverende en structurerende aanpak te kiezen maar daar niet uitkomt omdat het aan tijd en adequate begeleiding ontbreekt. Ouders die een hoge verwachtingen van Passend Onderwijs hebben maar gaandeweg teleurgesteld zullen worden omdat zij de greep op het eigen (rugzak)budget niet meer hebben en geconfronteerd worden met de knellende bekostiging die scholen en samenwerkingsverbanden niet in staat stelt om te doen wat er nodig is.
Kost gaat voor de baat
We staan aan het begin van weg waarin wellicht in 2020 een enquêtecommissie zal constateren dat in 2012 dezelfde heilloze weg is ingeslagen als in de jaren 1990. Ondanks beloften van een vorige enquêtecommissie (Dijsselbloem) om nooit meer, zonder overleg met het veld en bijpassende bekostiging, stelselwijzigingen door te voeren, wordt hier feitelijk toch voor gekozen. Behalve een kaalslag in het speciaal onderwijs en onder speciale scholen wordt er in het onderwijssysteem niet veel veranderd, maar degenen die het systeem bewonen worden op een heel andere manier over de onderwijstypen verdeeld. Dat gebeurt niet eens met gelijkblijvende middelen maar met forse bezuinigingen. Wil je meer halen uit het onderwijs dan moet daar in geïnvesteerd worden. Wil je leerlingen op een andere manier benaderen en begeleiden dan moeten docenten de ruimte krijgen om dat op de werkvloer te leren. Daarvoor heb je begeleiders nodig en tijd, dus (veel) geld. Met niks krijg je ook niks (voor elkaar). Elke leerling is de moeite waard om in te investeren, met aandacht, met een passende didactische benadering en met bijpassende middelen.
Norbert Bollen, schoolleider te Sittard, voorzitter sectie leerlingbegeleiding NVSNVL